Een realisatie van derdejaarsstudenten journalistiek van de Plantijnhogeschool Antwerpen.
De studenten die meewerkten aan de Klepperskrant ventileren hun ervaring van een maand vol theater en cultuur.
Jimmy Van Der Velde: “Al sinds jaar en dag beschouw ik mezelf als een trotse Antwerpenaar die de ziel van zijn stad en zijn volk met zich meedraagt. Toch bleef ik heel die tijd blind voor het Antwerpse theatergebeuren. Het trof mij als een wat obscure wereld van collectieven die hun stukken brachten in donkere zaaltjes. Maar een mens wordt verblind door zijn vooroordelen, een besef dat bij mij als de bliksem insloeg tijdens het meewerken aan de Kleppers. Ik vertoefde niet in een obscure artiestenwereld, maar belandde tussen mensen die gepassioneerd met hun vak bezig zijn en met overtuiging geloven in wat ze doen. Iedereen stond steeds klaar om vanuit hun hart over hun werk te praten. Antwerpse Kleppers 2012 bracht voor mij dan ook licht in de duisternis omtrent wat de theaterwereld nu precies inhoudt. Het heeft er ook voor gezorgd dat ik met een meer open geest naar theater kijk en er meer respect voor opbreng. Het was een fijne ervaring en een leuke verrijking.”
Leen Baeten: “Een maand geleden was de Bourla voor mij niet meer dan die ene schouwburg met de mooie rode zeteltjes. Vandaag is dat wel anders; het is een plek met een enorme geschiedenis, waar een bedrijvigheid van jewelste heerst en het puurst van de mens op scène wordt gebracht. Als Kleppersstudent kreeg de theaterwereld voor mij een stem en gezicht. De afgelopen vier weken waren dan ook ontnuchterend en inspirerend tegelijkertijd. Veel vooroordelen en clichés zijn ontkracht door een heleboel fijne ervaringen mee te maken. Theater is niet verheven, niet elitair. Het is begeestering van hart en ziel, door mensen die ook maar mensen zijn. Wat mij het meest is bijgebleven is de ongeplande ontmoeting met François Beukelaers bij Walpurgis. Een monument in het theater; met een blik die vertrouwen inboezemt, woorden die bezielen en een stem die de rest van de wereld even doet vergeten.“
Lisa De Greef: “Ik ga graag naar toneel- en dansvoorstellingen en daarom dat het project rond de Klepperskrant mij onmiddellijk interesseerde. Ik heb niet alleen veel bijgeleerd over theater maar ik heb ook geleerd om originele invalshoeken te bedenken voor mijn artikels. Ik moet wel toegeven dat voor ik meewerkte aan de krant, ik vaak dacht dat mensen uit de theaterwereld zichzelf nogal au sérieux namen. Maar van dat vooroordeel stap ik nu volledig af. Ik heb de kans gekregen om heel interessante mensen te ontmoeten en te interviewen. Zowel acteurs als regisseurs. Een interview zoals dat met Liesa Van der Aa ga ik niet snel vergeten.”
Joris Gallens: “Eerlijk gezegd had in nog nooit van de Antwerpse Kleppers gehoord voor ik aan dit project begon. Ik kwam recht uit mijn erasmuservaring in Valencia dus wist van toeten noch blazen wat er mij te wachten stond. Viel dat even mee! Ondanks dat we regelmatig moesten vechten om de deadline te halen, niet altijd iedereen konden bereiken voor een interview en dat we vaak lang moesten blijven om de krantjes nog eens uit te delen was het een erg leuke en leerrijke ervaring. Theater heeft me nooit echt aangesproken, ik was er ook helemaal niet mee bezig, maar nu ga ik zeker wat meer gaan kijken. De kleppers hebben me overtuigd!”
Hannah Tits: “Ook al kende ik nog niet veel over de theaterwereld, het project van de Antwerpse Kleppers trok me direct aan. Ik wou graag meer te weten komen over toneel en dus meldde ik me aan voor de taak. Nu het festival afgelopen is, blijkt dat een goede beslissing. Mijn kennis van theater is nu niet meer nihil, verre van. Ook hebben de Klepperskrant en -site me geholpen mijn schrijftechniek bij te schaven. En, zeker niet onbelangrijk: ik heb geleerd om in groep een project tot een goed einde te brengen.”
Barbara Dzikanowice: “Schrijven voor de Kleppers was een dankbaar project. Als journalist in opleiding deed het deugd om onze artikels niet te zien verdwijnen in het bakje van een docent, maar om de bezoekers effectief onze teksten te zien lezen. Toneelhuis werkt met makers. Bij het interviewen van gezelschappen die tijdens de Kleppers een voorstelling speelden, merkte ik dat alle acteurs makers zijn. Het zijn verhalenvertellers die de mensen willen boeien door een stuk van zichzelf bloot te geven.”
“Het Kleppersfestival bewijst dat theater niet oubollig en elitair is. De gezelschappen waren vaak enthousiast en werkten goed mee. Het interview met Thomas Ryckewaert van Wolff is me het meest bijgebleven. Hij kon zo gepassioneerd vertellen over zijn visie op de voorstelling Portrait dat ik niet doorhad dat er al anderhalf uur voorbij gevlogen was.”
Isabel Lagrange: “Een dikke maand geleden had ik nog nooit van het Kleppersfestival gehoord. Als kind was ik al enorm gefascineerd door theater en toneel. Een voorstelling bijwonen stond al een tijdje op mijn to-do lijstje, maar het was er nog nooit van gekomen. Het kleppersfestival was daarom de perfecte uitdaging. Niet alleen heb ik verschillende voorstellingen bijgewoond, maar ik heb ook heel interessante mensen uit de theaterwereld mogen interviewen. Het gesprek met Jan Decorte en Sigrid Vinks zal ik bijvoorbeeld nooit vergeten.”
Nils Deputter: “Ik geef grif toe dat ik geen toneelstukken verslind. Mijn kennis van deze schoonste aller kunsten was beperkt tot clichés en die enkele toneelstukken die qua faam het medium overstijgen. De Klepperskrant was een test van mijn flexibiliteit waar ik veel uit leerde, uiteraard over toneel, maar evengoed over mijn eigen capaciteiten. En je krijgt niet elke dag de kans om als een spook van de opera met een fotocamera over het tweede balkon van de Bourlaschouwburg te sluipen.”
“ De warme reacties en medewerking van zowel het publiek als de deelnemende gezelschappen maakten meewerken aan de Klepperskrant een verfrissende en voldoenende ervaring. Geen elitaire snobs of prententieus gewauwel, maar enkel mensen met een verschroeiende passie voor toneel, zoals wij aspirant-journalisten die hebben voor onze roeping. Hun aanstekelijke enthousiasme maakte dat de dagen voorbijstormden. Vreemd dat onze taak er al op zit, het begin leek wel vanmorgen.”
Charlotte ‘Charlie’ Heyninck: “Als ik kon, zou ik zeggen dat ik een theatergoeroe ben maar niets is minder waar. Bij aanvang van de Antwerpse Kleppers wist ik net zoveel over toneel als Lesley-Ann Poppe weet over stijl. En wanneer ik terugblik op de voorbije maand, moet ik toegeven dat er geen grote transformaties zijn geweest op dat vlak. Één ding is echter wel veranderd; ik heb mijn weg teruggevonden naar het theater – de vrijkaarten hebben hun dienst meer dan eens bewezen. Ik zat maar al te graag in die rode zeteltjes.”
“Door de Antwerpse Kleppers ben ik theater op een hele andere manier gaan bekijken. Ik heb geleerd dat je niet altijd alles hoeft te weten of begrijpen; uit onbekendheid groeien vaak de mooiste dingen voort. De onbekendheid heeft ervoor gezorgd dat ik niet alleen interessante gesprekken heb gevoerd met acteurs maar dat ik ze ook aan het werk heb kunnen zien. Ze heeft ervoor gezorgd dat ik van de Kleppers heb kunnen genieten, op mijn eigen onwetende manier.”
“Voor ons zit het er nu op maar binnen een jaar staat er weer een bende nieuwe Kleppersstudenten klaar. Ik kan alleen maar hopen dat ze met even veel enthousiasme ontvangen worden, zowel door de mensen van Toneelhuis en de gezelschappen als door het publiek. Met een beetje geluk weten ze ook niet zoveel van theater af.”
Compagnie De Koe maakt in De Wederopbouw van het Westen: ROOD Elisabeth Taylor en Richard Burton tot symbool van de overvloed en celebrityverering in onze moderne maatschappij. Van onschuld tot decadentie, hoe denkt acteur Willem De Wolf over de thema’s die hij zelf op de planken brengt?
Individualisme of de gemeenschap?
Gemeenschap. Ik ben nogal idealistisch ingesteld. Mijn hoop in de kracht en de creativiteit van de gemeenschap is nog niet verdwenen.
Decadent leven of ascetisch leven?
Ascetisch, vrees ik. We bevinden ons op een moment dat we geconfronteerd worden met iets dat zuinigheid gaat heten. Ik denk de laatste tijd al veel na over hoe heel zuinig leven zou zijn.
Grilligheid of stabiliteit?
Ik wil het laatste, maar ben het eerste. Dat is mijn eeuwige strijd. Ik zou methodisch willen werken, maar eindig altijd grillig. Telkens wanneer ik een methode denk te vinden, voldoe ik al snel niet meer.
15 minuten roem of eeuwig underground?
Bekendheid is op dit moment zo vluchtig en onbetekenend.Iedereen kan het label opgeplakt krijgen. Eeuwig underground is een mooie constante, maar het is bijna onmogelijk het te blijven. Ik ken een paar mensen die het lukt, maar zou ik het zelf kunnen?
Witte onschuld of rode onbeschaamdheid
Wit. Noem het onschuld, naïviteit of beginnen, ik voel me prettig bij het idee dat je opnieuw kan beginnen. Dat is een niet te onderschatten menselijk vermogen om te denken: “We kunnen altijd terug van nul starten.”
-Door Nils Deputter
Wim Henderickx over zijn bewerking van Medea
Peter Verhelst schreef het libretto voor de Griekse tragedie Medea voor Muziektheater Transparant en de Veenfabriek. Wim Henderickx schreef de muziek. Hij vindt dat Medea ook nu nog actueel is.
“Grote verhalen zijn niet enkel verhalen uit het verleden, en ik vind het belangrijk dat je die verhalen in een eigentijdse context kan plaatsten. Met Medea merk je heel duidelijk dat het effectief een eigentijds verhaal geworden is.” Wim Henderickx vond zijn inspiratie bij Black Widows, weduwen die zich opblazen. “Een man die zelfmoordterrorist wordt, kan ik nog ergens begrijpen. Maar een vrouw die zich in de buurt van kinderen opblaast, is voor mij een tragedie. Dat is net zoals bij Medea; hoe kan een moeder haar kinderen vermoorden?”
De muziek wou hij niet te dramatisch maken. “Ik heb gekozen om zachte muziek te schrijven, muziek die vol emotie en liefde zit. Liefde en haat liggen dicht bij elkaar, en dat zie je ook in dit verhaal.”
Met zijn moderne inkleding hoopt Wim Henderickx ook jongeren aan te trekken. “Kunst heeft geen zin als er geen jonge mensen zijn. Het voordeel van hedendaags muziektheater is dat je daar veel jonge mensen mee bereikt. Het ensemble is geen klassiek orkest, maar bestaat uit elektrische gitaren, slagwerk en elektronica.”
Operamagazine omschrijft de eigentijdse bewerking als “te heftig”. Dat ligt volgens Wim Henderickx aan de emotionaliteit van het stuk. “De muziek contrasteert fel met het drama. Je krijgt elke keer die onderliggende liefde in de muziek maar ook dat onwezenlijke. Het is een heftig stuk met zware monologen, een hard verhaal.”
-Door Lisa De Greef
Dans vertaalt zich vaak als een dubbelslag van emoties en ervaring. Marc Vanrunxt is dan ook bekend met de worstelingen van de danskunst.
Lichamelijkheid of materialiteit
Ik kies voor de lichamelijkheid omdat je de présence van een danser ook kan herleiden naar het immateriële, waardoor deze tegenover het materiële staat.
Perfectie of schoonheidsfoutjes
De schoonheidsfoutjes omdat perfectie immobiel en een eindpunt is. De foutjes brengen de mogelijkheid tot verbetering, waardoor ze verrijkend zijn en veel interessanter blijken.
Vrouwelijkheid of mannelijkheid
Daar kan ik onmogelijk tussen kiezen. Laat ons zeggen dat de vrouwelijkheid zich vermenigvuldigt met de mannelijkheid.
Abstract of monotoon
Monotonie heeft vaak een negatieve bijklank, wat jammer is. Voor velen is de zee saai, plat en vlak, wanneer het water toch steeds in beweging is. Abstractie wordt dan weer gebruikt voor dingen die we niet begrijpen. Via de abstractie kunnen we die zaken bekijken.
Uiterlijke passie of inhoudelijke intensiteit
Via inhoudelijke intensiteit komen we onvermijdelijk bij de passie terecht. Het uiterlijke aspect kan geschrapt worden.
“Er wordt in dit stuk heel veel gezaagd, maar niets gedaan. Iets wat wij heel goed kennen. Maar we zetten ook onszelf een spiegel voor. Het eigenlijk heel goed hebben en toch blijven zagen”, zegt Frank Vercruyssen over het stuk ‘Zomergasten’ van tg Stan. Over welke futiliteit durven jullie Bourlabezoekers weleens te zagen?
“De kwaliteit van de koffie.”
Alex, 53
“Wat vraag je me nu? Ik ben als een artiest geboren en ik zal zo sterven. En wij als artiesten bezien de wereld helemaal niet op die manier. Niets is een futiliteit, alles kan even belangrijk zijn.“
Winnie, 66
“Over mijn haar!”
Katrien, 34
“Als iemand zijn tandenborstel niet uitkuist.”
Gunther, 42
“Dat kan je beter aan mijn vrouw vragen!” (lacht) “Over wat zaag ik?”, vraagt Jan haar. “Over het verkeer!” zegt zij. “Oké, dat is misschien wel waar”, geeft hij toe.
Jan, 55
-Door Hannah Tits
…die mist alle pret. Althans toch bij hoorspel ‘Allen die vallen’. Gedurende vier middagen wordt de Bourlaschouwburg vergast op een auditief spektakel van formaat.
Comp. Marius herwerkte de originele tekst van Samuel Beckett naar het Nederlands en koos voor de klinkende klanken van onder andere Warre Borgmans en Herwig Ilegems om het geheel samen te brengen.
Becketts ‘All that fall’ debuteerde in 1957 op BBC radio en wordt ook vandaag nog herwerkt over de hele wereld. Om van Becketts werk te genieten hoef je dus echt niet te wachten op Godot.
In een beeldgerichte maatschappij als de onze is een hoorspel geen evidentie meer. Maar door het beeld bewust achterwege te laten, wordt ruimte gecreëerd om de verbeelding zijn gang te laten gaan.
Meest bekend is waarschijnlijk ‘The war of the worlds’, een hoorspel geregisseerd door Orson Welles. Het radiodrama werd uitgezonden op 30 oktober 1938 op het Amerikaanse CBS als onderdeel van Halloween en was gebaseerd op de gelijknamige sciencefictionroman van Herbert George Wells over een fictieve Martiaanse invasie. Maar veel luisteraars hadden de waarschuwingsboodschappen aan het begin van het programma gemist, waardoor de uitzending al snel tot massahysterie leidde. CBS en Welles ontsnapten nipt aan juridische gevolgen, hoewel het niet hun bedoeling was zo te stunten.
Beckett en Welles waren maar enkele van de velen die hoorspelen maakten. Voor de opkomst van de televisie, was radio de voornaamste bron van entertainment en ontspanning. Ook de eerste soaps werden op de radio uitgezonden en waren volledig auditief. Speciale studio’s werden ingericht om elke uitzending zo geloofwaardig mogelijk te doen klinken. Wat voor ons nu primitief lijkt, was vroeger innovatief.
Vandaag de dag blijft beeld domineren. Toch is het puur auditieve nog niet verdwenen. Meest recent nog met Radio Plettenberg op Radio 1, waarin Wouter Deprez elke zondagmiddag een zestig minuten lange audioreportage op de luisteraars loslaat.
Wie zich zelf eens aan het maken van een hoorspel wil wagen, kijkt best even naar volgend filmpje. Teeveelegende André Van Duin toont hoe moeilijk het eigenlijk is.
-Geschreven door Leen Baeten
Thomas De Prins van Score Man is een muzikale virtuoos en heeft dan ook een zeer verfijnde muzieksmaak. Vijf muzikale kleppers die De Prins dicht aan het hart drukt.
Hit The Road Jack van Ray Charles. Hij heeft dat niet zelf geschreven, maar het blijft in mijn collectief geheugen hangen doordat het vroeger steeds op de radio was.
Peter & de Wolf van Prokofiev. Als kind vond ik dat altijd geweldige muziek. Via Peter & de Wolf maakte ik ook kennis met die geweldige pianoconcerto’s van Prokofiev.
De preludes van Debussey. Als jonge leerling werd mij altijd ingepeperd dat die muziek te moeilijk was om te spelen en dat ik mij daar nog niet mocht aan wagen, maar ik deed het toch.(lacht) Nu speel ik ze wel, niet allemaal door lichte reuma in mijn pols.(lacht)
Great Balls of Fire van Jerry Lee Lewis. Muziek die ik vroeger geweldig vond, maar nu iets minder. Als jonge kerel kon ik enthousiast worden van de wilde speelstijl van Lewis, hoe met zijn handen en voeten ramde op zijn piano.
De filmmuziek van Henry Mancini. Als je films als ‘The Pink Panther’ bekijkt dan ervaar je die muziek als heel glad. Gewoonweg super.
Thomas De Prins transformeert tot koning van de muzikale grensoverschrijding met zijn compositie voor Score Man. De fictieve Score Man wordt “een muzikale superheld uit de 21e eeuw” genoemd. Wie zijn De Prins zijn superhelden?
“Lalo Chifrin en Jerry Goldsmidt zijn echt fenomenaal”, zegt hij. Zij componeerden de muziek voor respectievelijk Mission Impossible en Planet of The Apes. “Man, die muziek is fantastisch”, voegt hij toe met bewonderende ondertoon.
“Iedereen vond dat zijn werk op niets trok, maar hij ging er toch mee door”
Hoewel De Prins zelf geen gitaar speelt is zijn alter ego Jimi Hendrix. “Ik bewonder echt hoe hij met één instrument de klanken zo kan kneden dat ze even veel kracht hebben als een symfonisch orkest.”
“Ik bewonder Beethoven ook heel hard. Veel mensen zeiden over zijn muziek dat het op niets trok. Hij is er tóch mee doorgegaan en uiteindelijk aanvaardden ze het.” Op 17 februari laat Thomas De Prins zijn klanken op jullie los en oordeel dan zelf maar of het op iets trekt.
Vol verwachting kleppert ons hart
Verhalen van liefde, verhalen van smart
Collegiaal vreemdgaan met gezelschappen uit de stad
Ondergedompeld worden in een dampend cultuurbad
Keuvelen in de inkomhal
Schuilen voor de regenval
Een knipoog naar je overbuur
Je date in het donker het komende uur
Glijden langs de schoot van de mensen in je rij
Je loopt een vrouw met bloemengeur voorbij
Een blik werpen boven het programmaboekje
Een beetje nat worden in het broekje
Handjes houden in het donker en fluisteren in de oren
Getrakteerd worden op de mooiste woorden
Gsm op stil
Rode klapstoel onder je bil
Een acteur die je haar doet rechtstaan
Een monoloog die je hart sneller doet slaan
In de foyer keuvelen met je tafelgenootje
Totengetrek na een wasabinootje
Na de voorstelling op café en morgen waarschijnlijk een stevige kater
Maar ach…
Niets is romantischer dan theater
door Barbara Dzikanowice
10 minutes to curtain, een fotoset op Flickr
Klik op bovenstaande link voor een exclusieve blik achter de schermen van de Bourla. Volg gezelschap De Tijd in hun laatste uurtjes voor hun voorstelling nRus op Antwerpse Kleppers 2012.
Foto’s: Nils Deputter
Macbeth kent evenveel interpretaties als er druppels water in de zee zijn. Ook de heksen in het stuk duiken in verschillende gedaantes op. De heksen uit het stuk zijn geen uitzondering, maar hoeveel hekserij zit er eigenlijk in? Wicca hogepriesteres en moderne heks Yolanda Vekeman geeft haar oordeel over drie verschillende filmversies.
http://www.youtube.com/watch?v=clG8ha2D26g
Klik op bovenstaande link voor een filmpje met de drie fragmenten, telkens acte 1, scène 1.
Fragment 1 – 00:00 tot 02:09
© Roman Polanski, Columbia Pictures, 1971
Yolanda Vekemans: “Deze versie ligt behoorlijk dicht bij echte hekserij aan. Ze kennen bijvoorbeeld de kracht van het bloed. Bloedrituelen zijn de krachtigste. Nu voeren we die praktisch niet meer uit vanwege de aidsproblematiek, maar het gebeurt nog wel tussen zielsverwanten die zeker zijn van elkaar gezondheid. Een paar tiental jaar geleden lag dat anders. Toen mijn man en ik indertijd ingewijd werden als Wicca was dat nog met bloed delen.
“Verder vallen het gebruik van kruiden op en vooral de galg en het spuwen, beide middelen om een vervloeking extra kracht te geven. Ook het graven van de put is van belang als uitdrukking van de dood: ‘Ik graaf een put voor jou en ik zal hem daarna terug dichtmaken.’ Begraven speelt een belangrijke rol bij veel rituelen en niet enkel duistere. Je kan ook iemand die bijvoorbeeld gestalkt wordt beschermen door een foto van de boosdoener te begraven en die persoon ritueel te binden.
Dat klinkt negatief, maar dat is het eigenlijk niet, want de spreuk confronteert de stalker enkel met zichzelf en zijn of haar eigen daden. Het keert de eigen negativiteit tegen zichzelf. Meestal komt hij of zij dan uit zichzelf tot inkeer en druipt af. Dat noemen we ‘de rechtvaardige methode’: het probleem onrechtstreeks beïnvloeden zodat het zichzelf oplost.”
Fragment 2 – 02:09 tot 03:16
© Geoffrey Wright, Arclight Films, 2006
Yolanda Vekemans: “Dit doet denken aan satanische rituelen, wat een religie is die zich afzet tegen het christendom. Aangezien satanisten aan magie doen, noemen zij zichzelf ook heks. Maar verder dan dat hebben ze weinig te maken met echte hekserij, die een natuurreligie is. Als iemand uit mijn coven (heksenkring) zo’n rituelen zou uitvoeren, dan zou ik die persoon snel op het matje roepen.”
Fragment 3 – 03:16 tot 05:26
© Rupert Goold, BBC, 2010
Yolanda Vekemans: “Hier zit weinig tot geen hekserij in. Wat wel opvalt, net als in het eerste fragment, is dat de heksen niet zomaar met zijn drieën zijn. Het trio bestaat uit een jonge maagd, een moeder en een oude vrouw. Dat is iets heel krachtigs. Een manifestatie van de Drievoudige Godin, één van de oudste godinnen. Zij komt veel voor in oude natuurreligies en godenpantheons, zoals de Nornen bij de Noormannen of de Moirae in de Griekse mythologie.
De drievoudigheid verwijst naar de aspecten van de vrouw en die verwijzen op hun beurt naar de standen van de Maan. Het eerste kwartier is de maagd, die vrij is en nog een hele toekomst heeft. Volle maan is de moeder, die gebaard heeft en al veel ervaring heeft. De oude vrouw is het laatste kwartier en zij is lichamelijk bijna aan haar einde, maar geestelijk op haar toppunt. De nieuwe maan staat voor het vierde, verborgen aspect: het mysterieuze en verleidelijke van de vrouw. Alle vier samen vormen ze het wezen van de vrouw en de cyclus van het leven.”
Tekst: Nils Deputter
Al sinds mensenheugenis maken geesten en spoken deel uit van de menselijke folklore. Ook Shakespeares Macbeth kwam angstvallig oog in oog te staan met de verschijning van zijn trouwe vriend Banquo. Gelukkig zijn er de dag van vandaag organisaties als het BPI, ook wel gekend als de Belgische Ghostbusters.
Macbeth kon er niet mee lachen toen zijn dode vriend Banquo, die hij had laten ombrengen, voor hem verscheen tijdens een koninklijk diner. In die tijd kon je jezelf natuurlijk nog niet beroepen op moderne spokenjagers. Wij in België hebben de Belgian Paranormal investigators, die spijtig genoeg niet rondhuppelen in grijze werkmanspakken en met stofzuigers op hun rug. Het BPI bestaat uit alledaagse mensen met een gezonde interesse voor het paranormale. Heb je last van rondvliegend bestek, knipperende lichten of deuren die vanzelf opengaan dan is het een goede zaak dat je hen contacteert. Best van al, ze doen het gratis en voor niets. Wendy Stoerkel(32), één van de trouwste leden van het BPI, geeft een woordje uitleg.
“De waarneming van een geest hangt af van persoon tot persoon. Mensen kunnen stemmen horen, schaduwen zien of zelfs menselijke gedaantes waarnemen. Voor ieder mens kan die ervaring anders zijn.”
Hoe gaat het BPI te werk?
Stoerkel: “Mensen die thuis paranormale activiteiten denken te ervaren kunnen ons contacteren. Dat kan gaan van deuren die vanzelf open en dicht gaan, kaarsen die spontaan beginnen te branden tot kinderen die hysterisch worden. Als team bespreken we dan wat we gaan doen en of het de moeite is om te onderzoeken. Als we besluiten dat we er iets mee kunnen dan contacteren we die mensen en maken we een afspraak. Daarna gaan we op onderzoek wat precies de klachten zijn, de aard van het probleem en of het al dan niet wetenschappelijk uitgelegd kan worden.”
Een cliché is dat geesten soms niet weten dat ze dood zijn, waarheid of bedrog?
Stoerkel: “Waarheid. Mensen die snel uit het leven gerukt zijn door een ongeval of iets dergelijks missen vaak het besef dat ze dood zijn. Ze gaan dan terug naar huis alsof er niets gebeurt is en blijven daar rondwaren.”
Hoe maak je komaf met een spook?
Stoerkel: “Wij pakken dat redelijk simpel aan. Als we een aanwezigheid constateren gaan wij met onze klant rond de tafel zitten en houden we een soort van séance. Het gaat erom te zeggen dat de geest niet gewild is en dat hij zijn biezen mag pakken.”
Hoe wordt de aanwezigheid van een spook vastgesteld?
Stoerkel :“Het BPI heeft daar zijn materiaal voor. Wij werken met allerlei elektronische apparatuur : videocamera’s, IMF-meters, K2-meters, stem- en geluidsopnames.”
Moeten mensen zich meer gewaar worden van het bestaan van geesten?
Stoerkel: “Het is goed zoals het is. Mensen die willen geloven mogen geloven, anderen die bang zijn beter niet. Mensen moeten het zelf ondervinden. Mensen die er ontvankelijk voor zijn, zullen er sneller in geloven dan mensen die er zich voor afsluiten.”
In Macbeth verschijnt de geest van Banquo aan Macbeth als een soort waarschuwing, kunnen geesten een waarschuwende taak hebben?
Stoerkel: “Jazeker. Zo hadden we een tijd geleden een oproep van een alleenstaande moeder. Ze viel ’s avonds in slaap maar werd gewekt door een stem. Toen ze haar ogen opende zag ze haar dochtertje van twee met een aansteker spelen. Ze ervoer de stem als een waarschuwing tegen verder onheil. Vele geesten blijven in onze wereld om een taak af te maken, om afscheid te nemen of om iemand dierbaar te waarschuwen voor iets.”
Tekst : Jimmy Van Der Velde
Theater Zuidpool brengt een sobere versie van Shakespeares bloederigste. Wij zetten de strafste en merkwaardigste bewerkingen van the scottish play op een rijtje.
De vroegst gekende bewerking van Macbeth wordt meestal toegeschreven aan sir William Davenant. Davenant blies in de achttiende eeuw een dikke stoflaag van het stuk door er een spectaculaire en opera-achtige voorstelling van te maken. Zang en dans stonden centraal. Geen dreigende heksen meer, maar hellevegen die rondvlogen, weelderig rondhuppelden en de meest lyrische noten uitschalden. Het stuk kende zo’n succes dat het podia bevolkte tot midden negentiende eeuw.
Haaks op de bewerking van Davenant stond de versie van de beroemde theatermaker Charles Macklin. Die introduceerde een traditionele Schotse klederdracht in het stuk van Shakespeare, wat vele Engelsen tegen de borst stuitte. Dat kon Macklin geen barst schelen en hij verdedigde zijn keuze tijdens de tweede voorstelling van het stuk. Boegeroep ontaardde al snel in een kleine volksopstand en Macklins carrière was naar de vaantjes.
Tijdens de negentiende eeuw werd Macbeth hoofdzakelijk vormgegeven door Samuel Phelps en Charles Kean. Vooral bij Phelps was het ‘back to basics’. Hij beriep zich op de originele tekst van Shakespeare, maakte komaf met een groot deel van de muziek en reduceerde de rol van de heksen. Het werk van Kean werd dan weer getypeerd door melodrama en de accuraatheid van de kostuums.
We kunnen het hem niet meer vragen, maar het zou geen verrassing zijn als Shakespeare niet zo opgezet zou zijn geweest met de adaptie van beeldenstormer Orson Welles in de jaren dertig van vorige eeuw. Welles veegde zijn voeten aan de conventies van Shakespeare en liet een volledig zwarte cast opdraven. Macbeth speelde zich nu af het postkoloniale Haïti. In 1948 stortte Welles zich ook op een filmversie, één die maar flauwtjes onthaald werd.
Film bleek een dankbaar medium voor het werk van Shakespeare. Naast talrijke westerse verfilmingen bleek de meest geslaagde uit Japan te komen. Legendarisch regisseur Akira Kurosawa verplaatste de setting van Macbeth naar het feodale Japan in zijn film ‘Throne of Blood’(1957). Geen koene edellieden meer, maar wel robuuste samoerai.
MACBETH
ZUIDPOOL
ZA 11/02/2012 - 20:00 - Bourla , T. 03 224 88 44
tekst: Charlotte Heyninck
Nazomer, en toch stond al die fleur daar nog in niet verflenste kleuren. Dat komt: de herfsten worden almaar warmer, winters zoals op oude schilderijen komen niet meer voor, bloemen verwelken niet meer en mensen blijven langer leven, alsof leven een feest is waar niemand naar huis wil en iedereen liever, ook na het vuurwerk nog, eindeloos blijft hangen. Hoe is het mogelijk. (uit BDE, Jeroen Brouwers)
BDE (Bijnadoodervaring) brengt ons het flitsende verhaal van een oude man die op het nippertje aan de dood ontsnapt. Door het oog van de naald kruipen, het witte licht aan het einde van de tunnel zien,… Iedereen heeft er al wel eens van gehoord maar enkel zij die het effectief hebben meegemaakt kunnen erover meespreken. Toch, spreken is relatief. Woorden komen soms tekort om te vertellen wat er gebeurt op het moment dat je de dood in de ogen ziet.
Waar onze vocabulaire tekortschiet om een BDE te omschrijven, beschikken we over een overvloed van adjectieven, werkwoorden en superlatieven om onze versie van de hemel te omschrijven. Realisten beweren bij hoog en laag dat de hemel niet bestaat en dat het simpelweg een mindfuck is om kleine koorknaapjes in het gareel te houden. Fantasten spreken over rijstpap met gouden lepels, Elyzese velden en het eeuwige leven. En ergens tussenin zitten de kinderen; zij bezitten een oprechte kracht om tegelijkertijd realist en fantast te zijn.
De hemel bevindt zich volgens hen simpelweg ergens in de ruimte, tussen de sterren, planeten, de maan en de zon. En, o ja, je vliegt ernaartoe met een raket. De wolken zijn er gemaakt van suikerspinnen waardoor het nooit meer kan regenen. Sneeuwen doet het er wel, want sneeuwmannen maken, vinden ze best wel leuk. Regenbogen, bloemen, palmbomen, vogels en vissen zijn er in overvloed aanwezig. Een leuk extraatje: in de hemel kan je toveren! Hongersnood zal niet meer bestaan want iedereen kan eten voor elkaar toveren.
Wie dacht dat Jeroen Brouwers kinderen niet kan aanspreken, krijgt ongelijk. Nu het kinderen, jong en onschuldig, nog aan een groot stuk levenservaring en cynisme ontbreekt, kunnen zij de tekst van BDE waarschijnlijk op de integerste manier interpreteren. Kijk naar de tekeningen die ze hebben gemaakt voor de Antwerpse Kleppers en je zou haast wensen dat de oude man het auto-ongeluk niet overleeft. Een leven na de dood lijkt zo slecht nog niet door de ogen van een kind.
Bekijk de tekeningen van de leerlingen van het eerste leerjaar van de stedelijke basisschool ‘t Prinske via Flickr en luister naar hun uitleg via Soundcloud.
Skagen slaagt erin om door het decor, de kostumering en de personage-opbouw een onherbergzaam universum te creëren. De personages die de weg van Bibberkopf kruisen, zijn afwisselend warm en gevaarlijk.
De hele cast van deze Berlin Alexanderplatz speelt uitvergroot en theatraal. Maar dat moet zo.
Het is een interessante manipulatie van een klassieker die uitnodigt om het origineel (de Fassbinderverfilming en het boek) te gaan lezen. De goede maar tragische Bibberkopf zit in elk van ons, deze voorstelling is dan ook een Elckerlyck voor een nieuw theaterseizoen.
-Cobra(21/11/2011) http://www.cobra.be/cm/cobra/podium/podium-recensie/111121-sa-berlinalexanderplatz
SKaGeNs Berlin Alexanderplatz ( * * * ) is boeiend theater dat taalkundig een heuse krachttoer is, spelmatig vonkt, fantastisch is vormgegeven maar inhoudelijk verwarrend is omdat het te veel tegelijkertijd wil vertellen.
-Knack Focus(18/11/2011) http://focus.knack.be/entertainment/podiumkunsten/els-van-steenberghe/theater-berlin-alexanderplatz-skagen/opinie-4000006800012.htm
Ze schermen in deze persiflage op Berlin Alexanderplatz met cartoonesk toneelspel, soms op het randje van slapstick, en dikke accenten.
-De Volkskrant http://www.skagen.be/media/pers/berlin-alexanderplatz-recensie-volkskrant/
Berlin Alexanderplatz is een schreeuw om daadkracht. De voorstelling kruipt in de kleren. Ze boeit en vermoeit, een zelden zo aanwezig gezien duo.
-CJP(20/12/2011) http://www.cjp.be/recensie/2011/11/23/eder-huusje-et-sie-kruusje
Antwerpse Kleppers beginnen aan hun vijfde editie
Buiten raast het Antwerpse stadsverkeer voorbij. Autochauffeurs en trambestuurders uiten hun ongeduld via onophoudelijk getoeter en tramgerinkel. Niet dat het uitmaakt; het verkeerslicht blijft op rood staan. Maar in de Bourla is het stil… opvallend stil… verdacht stil. Geen getoeter, geen gerinkel en al zeker geen dikke zingende vrouw. “Spiegeltje, spiegeltje aan de wand…” is het enige dat galmt door de trappenhal. Geen boze koningin maar een vriendelijke mannenstem deze keer. De muzikale interpretatie van Walt Disney’s finest sterft echter snel uit wanneer de man de kantine in duikt.
Geen coördinatie nodig
“Koen is in zijn kantoor.” Niets is minder waar; geen Koekie te bespeuren daar. “Koen is in de kantine.” Tweede keer goede keer. Koen staat in de kantine de laatste details te bespreken met een paar medewerkers: “Dan staat er acht man op de scène”, zegt een vrouw rustig terwijl ze door een soort draaiboek bladert. “Alles staat op punt”, zegt een andere medewerker verzekerend tegen Koen, die de coördinatie binnen de Bourla regelt. Laat die Kleppers maar beginnen, deze mensen zijn er duidelijk klaar voor.
Blinkende spiegels en verlaten kleedkamers
“Ik zal je even wegwijs maken in het gebouw”, zegt Koen. “Als je drukte had verwacht, ga je die vandaag helaas niet vinden. Wij zijn klaar voor de Kleppers.” De kleedkamers, badkamers en vestiaires zijn er minstens even klaar voor als de medewerkers. Spiegels blinken, kapstokken hangen netjes naast elkaar en het hout is geboend. De trappenhal, de inkomhal en de rondgang zijn leeg en verlaten maar straks zullen ze bruisen van leven. Het is de stilte voor de storm: er hangt elektriciteit in de lucht
Haal het doek maar op
De scène staat vol vreemde rekwisieten: een paar paspoppen die wat armen en benen ontbreken, een lichtgevende cirkel en een houten huisje. Niemand lijkt er zich vragen bij te stellen. En de enkele techniekers die achter de coulissen bezig zijn, banen zich behendig en sereen een weg tussen de ladders, spots en elektriciteitsdraden. Enkel de Plantijnstudenten zorgen voor wat extra leven in de brouwerij. “Godverdomme, die camera’s werken weer niet!” Ze pakken hun statieven en camera’s terug in, terwijl Wagner, Gounod en Verdi stilzwijgend toekijken. Zij weten maar al te goed welk feest er hier straks zal losbarsten.
tekst: Charlotte Heyninck